R E N É    V A N    T O L

OVER MIJN WERK 4

Pagina: < 1 2 3 [4] 5 6 7 >

'STREAM OF PERCEPTION'

1: Scannen kent geen begin en geen einde. Dit wil zeggen dat het waargenomen beeld oneindig is als het gescand wordt. Men komt in een tijdstroom van waarnemen. Zolang er tijd is, gaat de waarneming door. Scannen kent geen boog die de waarneming afsluit.
Creëren vanuit de tijdstroom is een bekend gegeven en komt in alle kunstvormen voor. Je kunt hier bijv. denken aan de roman Ulysses van James Joyce of aan het eerste strijkkwartet van Elliot Carter waar het eerste deel stopt en het tweede deel op de zelfde voet verder gaat. Deze oneindige tijdstroom is waarlijk een probleem. Deze kan echter ingedamd worden door een conceptuele benadering. Een mooi voorbeeld daarvan is de compositie  '3min 24sec' van John Cage. Een pianist zet een wekker op 3 minuten en 24 seconden en wacht met zijn armen over elkaar tot de tijd voorbij is. De toehoorders horen de omgevingsgeluiden die toevallig opklinken. Iets soortgelijks heb ik toegepast bij mijn geëtste modelstudies; de afgesproken tijd was precies een halfuur en er werd getekend zonder te streven naar een afgerond resultaat (afb. 4).

Nu we het toch over conceptuele kunst hebben, wil ik daarover nog iets meer zeggen. Conceptuele oplossingen zijn voor mij nooit een optie geweest hoewel conceptuele ideeën een verfrissend effect kunen hebben. Wat mij van dergelijke oplossingen weerhield was het late werk van Mondriaan waar ik een groot liefhebber van ben. Mondriaans concept is heel eenvoudig: rechthoeken, zwarte lijnen en primaire kleuren. Hoewel Mondriaan lang geworsteld heeft om tot deze vormentaal te komen wist hij dat dit niet genoeg  was om kunst te scheppen. Hij wist dat de strijd alleen op picturaal niveau beslecht kon worden. Mondriaan onderschreef het harmoniemodel van de Renaissance, d.w.z. hij streefde naar een harmonie van alle onderdelen in relatie tot elkaar. Het geheel moest zo geconstrueerd worden dat elke toevoeging of reducering de harmonie  zou vernietigen. Het proces om dit te bereiken is intuïtief en vraagt veel kijken. Ik wil niet zeggen dat dit zoeken naar harmonie van Mondriaan het enige zaligmakende doel is; waar het mij om gaat is dat Mondriaan er zich van bewust was dat de picturale wereld een eigen domein heeft dat zich bevindt voorbij het concept. Het is het uiteindelijke proces van waarnemen waar het in de beeldende kunst omgaat. Een proces van waarnemen dat tevens geïntensiveerd en ontwikkeld kan worden. Conceptuele kunst treedt dit domein niet binnen en daarom leidt conceptuele kunst uiteindelijk alleen maar tot picturale armoede. Het blijft alleen interessant voor theoretici.
Het Renaissancistische harmoniemodel heeft op mij een grote aantrekkingskracht uitgeoefend. Toen ik echter het scannen onderzocht, keerde ik mij steeds meer af van dit model. Scannen is een organische manier van kijken.

2) Een tweede ding dat ik bij mijn onderzoek van het scannen ontdekte was dat het geheel niet gelijk was aan de som van de delen. Elke beweging in ons waarnemingsveld heeft gevolgen voor het geheel.
We zagen hierboven al dat de naturalistische methode gebruik maakt van een denkbeeldige glasplaat om ons waarnemingsveld te organiseren. Dit heeft tot de indruk geleid dat het waargenomene zich aan ons op een statische manier presenteert. De afstand tussen twee punten op die plaat blijft immers gelijk, ondanks de beweging. De scannende vorm van waarnemen werkt echter anders. We bewegen niet alleen parallel met het vlak maar we bewegen ons ook naar de horizon toe en van de horizon af. De symmetrie die het naturalisme ons voorhoudt wordt daardoor doorbroken. Zo gauw onze blik een beweging maakt, heeft dat gevolgen voor de periferie van ons waarnemingsveld; een periferie die zelf ook weer aan verandering onderhevig is. Zo breekt het scannen het geheel af. We kunnen de grenzen van ons waarnemingsveld nooit bereiken omdat die niet statisch zijn. We kunnen stellen dat hoe we iets zien steeds te maken heeft met waar we beginnen met kijken en welke route we afleggen. Wat we zien is telkens nieuw.
Op de relatie tussen het geheel en de details kom ik later nog terug.

3) Waarom we ook telkens de objecten weer anders zien komt door het feit dat het ene beeld doorechoot in het andere. Dit kunnen we goed constateren als we het waarnemingsproces vertragen. Kijken we bijvoorbeeld heel lang en geconcentreerd naar een blauw geschilderd vlak, dan zijn het de blauwe objecten om ons heen die we het eerste zien als we van dat vlak opkijken. Dit doorechoën van het beeld geeft het kijken ongewild richting. De richting van het kijken speelt  daarom in mijn werk een grote rol.

 4) Scannen kent geen begin of einde en dit brengt mij op een laatste aspect van deze manier van kijken, namelijk: scannen breekt het geheel af tot steeds kleinere onderdelen. In het kijken zelf vindt een soort erosieproces plaats. De kracht van de grote vorm wordt langzaam tenietgedaan ten gunste van een toenemende complexiteit. Dit erosieproces is een veel voorkomend verschijnsel in de kunst, niet alleen bij de ontwikkeling van individuele kunstenaars maar ook bij de ontwikkeling van stijlen. Zo mondt de renaissancearchitectuur uit in de organische vormen van de rococo. In de muziek komt dit verschijnsel ook voor, bijv. in de laatromantiek (de zwevende tonaliteit in het vroege werk  van de tweede Weense school).

De aspecten van het kijken die hierboven beschreven zijn komen in mijn werk uit deze periode tot uitdrukking. Dit gebeurt echter gedeeltelijk onbewust. Het was een periode van veel zoeken en weinig zekerheid. Veel werken werden vernietigd.

De afbeeldingen 5, 6 en 7 zijn voorbeelden van mijn werk uit deze periode. Alle aspecten van het scannend kijken komen in deze werken aan bod. Alle werken hebben een open en ambigue karakter; de afgebeelde objecten worden maar gedeeltelijk geïsoleerd. De afbeeldingen zijn  asymmetrisch. Vormen echoën door. De middelste poot van de stoel van afb. 6 laat het erosie proces bij het kijken zien, waardoor de twee buitenste poten, hoewel zij feitelijk verder van ons verwijderd zijn optisch dichterbij komen. Bij de Annunciatie (afb. 7) is door een som van dunne lijnen systematisch geweigerd vlakken te creëren waardoor elk lijntje een kijkrichting wordt. Het erosieproces is hier heel sterk doorgevoerd.

Stoel1Stoel2 Annunciatie

afb. 5  Stoel                    ets/droge naald        H35 - B38
afb. 6  Stoel                     droge naald             H28 - B22
afb. 7  Annunciatie         droge naald             H25 - B26

Het kijken wordt door de tijd voortgestuwd en lijkt daarom geen goede basis voor de beeldende kunst waar alles statisch is en stil staat. Ik zag dit als een groot probleem. In de kunst gaat het om het creëren van een eenheid . Wil men het waarnemen als basis voor de beeldende kunst serieus nemen dan zou men tenminste een aantal tijdsmomenten met elkaar moeten verbinden. Dit werd al onderkend door de kubisten. Ik moest mij bezinnen over de vraag hoe de dingen zich als een eenheid manifesteren. Hoe en wanneer ervaren we eenheid? Wat is eenheid?

Denkend aan deze vragen, was het eerste wat bij mij op kwam dat wij eenheid ervaren als wij een persoon herkennen, bijvoorbeeld  in een menigte. Dit is een mysterieus moment. We scannen de ruimte af om de persoon die we verwachten te zoeken en opeens, pats! daar is hij. Er ontstaat een breuk in onze stroom van waarnemen en we worden overrompeld door wat we ervaren als eenheid. In dit overrompeld worden hebben wij een andere tijdsbeleving. Eenheidsbeleving en het scannend aftasten van de ruimte onderscheiden zich van elkaar door een andere tijdsbeleving.
Het herkennen van een mens of dier kan ons een eenheidservaring geven, maar ook objecten en geometrische figuren kunnen dat. Al deze objecten en figuren hebben een eigen karakter, een persoonlijkheid die zij onverwachts aan ons tonen.
De ervaring van eenheid ontstaat als niet wij hen maar zij ons in onze greep  houden. We worden overrompeld door wat we zien; de dingen nemen het initiatief, we worden gedwongen ze passief te ondergaan. Dit kan op een heftige manier gebeuren, maar ook op een manier dat wij het amper in de gaten hebben. Iedereen kent dit soort ervaring. En het gebeurt niet alleen wanneer men een persoon of object herkent tegen een bepaalde achtergrond. De eenheidsbeleving kan bijv. ook een erotische of een schokkende ervaring zijn. Of een intense schoonheidsbeleving. Een Hollandse landschapschilder zei eens: 'Ik krijg een klap van de natuur'. Zo beschreef hij deze ervaring. Op zo'n moment beleven wij een eenheid, waarbij de dingen om ons heen ons soms overweldigen, maar het gevoel van eenheid ons soms ook op een veel 'normaler' en minder indringender niveau wordt opgedrongen. Ik vond dit gegeven van groot belang. Naast het scannen dat het beeld ontbindt bestaat er een contrabeweging die eenheid aan ons opdringt, soms op een heftige manier en soms sluiks. Twee manieren van waarnemen, die gepaard gaan met twee manieren van tijdsbeleving.

Ervaren we een eenheid dan ervaren we een Gestalt
Een Gestalt is een vorm waarbij het geheel meer is dan de som van de delen. Een mooi voorbeeld van een Gestalt is een muzikale melodie. Een melodie bestaat uit een reeks noten maar niet alle notenreeksen zijn een melodie. De melodie heeft een meerwaarde en wordt als zodanig herkent ook al kan men de melodie alleen beschrijven door de onderdelen van die melodie op te sommen. Het geheel laat zich dus niet definiëren, maar wordt alleen ervaren. Eenheid komt tot stand in de directe ervaring.

 

Pagina: < 1 2 3 [4] 5 6 7 >